Herman
Herman gelooft in
het noodlot. Hij is er stellig van overtuigd dat er mensen op aarde zijn die
nooit gelijk en nooit geluk zullen hebben. Hij is er dus ook van overtuigd dat
deze mensen hun leven lang geconfronteerd zullen worden met hun noodlot en het
onder ogen moeten zien dat zij zijn geboren voor het geluk van anderen. En één
van deze mensen is Herman. Dat is zijn allergrootste overtuiging.
Vandaag de dag
heeft hij daar ook alle reden toe.
Zijn vakantie in
Frankrijk leek redelijk te beginnen. De zon scheen, de barbecue deed het, hij
was zijn zwembroek niet vergeten en zelfs de caravan had de reis overleeft. Er
miste alleen iets. Zijn kinderen waren niet mee. Geen zin meer om weer een jaar
met ruziënde ouders opgescheept te zitten ergens deep-down in Frankrijk.
Hij gaf ze geen
ongelijk. Eigenlijk al vanaf de dag dat zij trouwden ging het fout. De taart
kwam niet opdagen, het geld was wel betaald, de dominee versprak zich en moest
zijn zin herhalen, waarop Elizabeth nog maar met pijn en moeite ‘ja’ kon antwoorden
en tot overmaat van ramp had Herman zelf zijn kaak gebroken bij een onenigheid
in zijn stamkroeg. Het romantische zoenen was er dus ook niet bij. Dit was het
bewijs van zijn noodlot. Bovendien was Simon, en dat wist hij, nooit dé man in
het leven van Elizabeth geweest. Zodra haar oude jeugdliefde Jeroen zijn
huwelijk zou overzien en zijn vrouw zou verlaten, zou Elizabeth ook bij hem weg
zijn. Hij kon haar geen ongelijk geven. Wat moest je nou met een 45-jarige man
met een low-paid baan, een melancholische veteraan bij de voetbalclub uit zijn
jongensjaren en bovendien eentje die impotent is. Het enige wat hen eigenlijk
bij elkaar hield waren de kinderen. Maar die waren er nu niet in de Dordogne.
Ondanks dat ze
nog geen pech waren tegengekomen was er maar bijster weinig geluk te bespeuren
in de ogen van Herman en Elizabeth. De barbecue deed het perfect, maar het
vlees smaakte flauw. De vissen beten goed, maar Herman kreeg geen rust met de
hengel in zijn hand. Elizabeth’s boeken waren goed, maar ze konden haar niet
bekoren. De zon scheen, maar beiden werden geen spatje bruiner.
Het was ook al
jaren geleden dat ze met zijn tweëen op vakantie waren geweest. Het enige wat
er tijdens de eerste week in de Dordogne pijnlijk duidelijk werd, was dat
Elizabeth en Herman niet voor elkaar geschapen waren. Overduidelijk.
Na 7 dagen sleur
in de brandende zon rond de caravan kwam er een belletje van Fleur, Elizabeth’s
beste vriendin. Jeroen was vertrokken bij zijn vrouw. Ze had erop aangedrongen
bij Herman om er niet over te beginnen. Het zou beter zijn voor hen beiden als
Elizabeth het pas wist als ze weer terug waren in Nederland. Maar Herman
gelooft in het noodlot en dus bracht hij het ter sprake. Vroeg of laat zou het
toch wel verkeerd lopen, dus kon hij het mechanisme maar beter meteen in
werking zetten. Conclusie: Elizabeth kon niet begrijpen waarom hij zichzelf
zo’n pijn moest doen en vertrok. De eerste nachttrein naar Parijs. Een paar
belletjes later was het Herman duidelijk wie er nog meer in Parijs zat.
Daar zit hij nu.
Een caravan, een barbecue, tassen vol vrijetijdskleding, een luchtbed, zijn
hengel en zijn roestvrijstalen gereedschap. Het noodlot heeft hem genekt. Er is
geen reden om hier in zijn eentje van de vakantie te genieten. Hij heeft niks
met Frankrijk en al zeker niet met de kale Dordogne. Zijn kinderen zijn in
Nederland, zijn voetbalclub is ook in Nederland, zijn vrouw is weg en zijn werk
had hij liever gisteren dan nu willen opgeven.
Hij doet wat met
mannen in hun midlife-crisis vaker doen. Hij neemt een rigoreus en wanhopig
besluit. Hij pakt alle spullen in, rekent de camping af en vertrekt naar de
snelweg. Bij het eerste tankstation parkeert hij de auto, koopt een cappucino,
zijn eerste pakje peuken in 20 jaar en een baguette met kaas. Zijn auto en
caravan parkeert hij in een vak en hij steekt zijn eerste peuk op. Nooit eerder
wist hij hoe lekker zo’n sigaret eigenlijk echt smaakt.
Dit is zijn
voorbereiding op het besluit dat hij genomen heeft. Na twee peuken loopt hij
het winkeltje binnen en koopt een blik bier. Na een paar flinke slokken is het
tijd. Hij rijdt naar een klein dorpje in de buurt en gaat naar de
dichtstbijzijnde garage. ‘Vous-voulez un voiture?’ Binnen twee minuten is de
deal rond en steekt Herman 1500 euro cash in zijn zak. In de dichtstbijzijnde
supermarkt koopt hij een six-pack Heineken en hij zet zich op een bankje op het
dorpsplein.
Laatste reacties