Nostalgie
24 mei 1995, ik
denk zo rond tien uur ’s avonds. Een vreugdesalvo explodeert uit mijn keel.
Patrick Kluivert scoort het enige en winnende doelpunt in de eerste Champions
League finale die ik meemaak. Ik ben 7 jaar oud, mijn vader (Feyenoord-fan)
springt op en begint te schreeuwen. Ik schreeuw met hem mee, overstem hem. Mijn
7-jarige longetjes houden het niet meer van vreugde. We beginnen te stampen en
het huis trilt op zijn grondvesten. Boven aan de trap naar de 1e
verdieping verschijnen mijn broertjes, wakker geschreeuwd. Het kan ons geen ene
zier schelen.
Vijf minuten
later raast de adrenaline nog steeds als een tierelier door mijn lichaam. Op
alle bussen en pleinen springen mensen met Amsterdamse en Israëlische vlaggen.
Ajax heeft de Champions League gewonnen! Mijn vader de Feyenoord-fan zit met
glunderende ogen voor de televisie. Mijn moeder komt de pret verstoren. Ze
heeft mijn kleine oogjes gezien. Naar bed, de wedstrijd is immers over. Zo
lekker heb ik daarna nooit meer geslapen.
Na deze avond heb
ik Ajax in mijn hart gesloten. De beste club van Nederland, daar moest ik bij
horen. Nu, 13 jaar later en ik woon inmiddels in Amsterdam. Ajax is allang geen
wereldclub meer. Enkel de historie laat nog iets zien van de oude glorie. 29
landstitels en 4 Champions League’s. Op zomaar een zondag besluit ik om maar
eens een wedstrijd van Ajax te bekijken, want tot mijn schande ben ik eigenlijk
nooit eerder geweest. Nu ik een Amsterdammer ben moet ik wel. Het is een
onbeduidende wedstrijd, Ajax – Excelsior. De uitslag (4-0) is al lang
vantevoren bekend.
Als ik de Arena
binnenloop moet ik weer denken aan die finale, ver weg in ’95. Als de wedstrijd
begint is er echter geen enkel teken dat ook maar wijst dat deze finale ooit
gespeeld is. Het stil in het stadion. Stil en kil. De beursgang en de overstap
naar de Arena werd altijd al als kil beschreven. Nu is het ook echt bewezen.
Het enige geluid dat er klinkt komt uit vak 410 of als een Ajax-speler een fout
maakt. Verkeerde aanname of iets dergelijks. Echte fouten zijn het niet, want
Ajax geeft voetballes aan de arme Rotterdammers, maar de fluitconcerten klinken
hels en schel. Een kort gejuich na een doelpunt, een mager applausje na een
mooie actie en hels gefluit na een foutje. Is het heel gek dat er zoveel spelers
mislukken bij Ajax? Onder deze druk zijn er maar zeer weinig mensen die echt
kunnen aarden, laat staan presteren. Deze discussie is echter al te vaak
gevoerd.
Wat mij bedroefde
was de kilte die mij tegemoetkwam. De stilte. De fluitconcerten. Het algehele
cynisme van het publiek. 5 minuten na de wedstrijd worden we zelfs al het
stadion uitgebonjourd door de stewards. Blijkbaar is dit het Ajax van nu. Van
de spelers kan ik nog steeds genieten, maar misschien moet ik dat dan toch maar
op televisie doen.
Af en toe gaan mijn gedachten stiekem nog terug naar die ene lenteavond in Wenen. Hands van Marc Overmars omdat hij dacht dat het rust was. De karatetrap van Louis van Gaal. Patrick Kluivert met het puntje van zijn schoen.. Het huis trilt nu nog steeds na op zijn grondvesten.
Reacties